terug

Fauteuils

Fauteuils
route

Kunstenaar: Gijs Bakker

Jaar: 2000
Materiaal: Brons
Locatie: Achter Davidshof (Binnenstad)

Cadeau aan burgemeester Brouwer bij haar afscheid van de stad. De modellen van Gijs Bakker zijn opgebouwd uit purschuim en gegoten in brons. Onderdeel project Beelden van Banken.

Het verhaal van Esmay Versteegh in de literaire wandeling is:

'Fauteuils

Het was voor hen veel te laat om nu nog buiten te zijn. Als het mijn kinderen waren geweest, had ik dat niet toegestaan. Ik hield mijn capuchon vast, om te voorkomen dat hij van mijn hoofd zou waaien. Het stormde zo hevig, dat het geluid van de regen niet meer te onderscheiden was van het ruizen van de bomen.
Ik kon ze vaag horen roepen. 'Minnie,' klonk het. Als ik die naam niet gekend had, hadden mijn hersenen hun kreten waarschijnlijk niet kunnen vervormen tot iets verstaanbaars. Maar dit hadden ze al vaker geroepen. Het was de naam van hun poes, die ze niet zelden kwijt waren.
De twee meisjes hadden zich enigszins opgesplitst om hun kansen te vergroten. Ik moest even wachten op Ben, die bij een boom zijn blaas stond te legen, en ik maakte van de gelegenheid gebruik om de meisjes eens goed te observeren. Het ene meisje had blond haar, dat er door de regen mistroostig bij hing. Ik kende haar als Iris. Het andere meisje was een brunette. Haar naam kende ik niet. Zij zocht wat minder intensief: ze keek om zich heen en riep wat. Iris, daarentegen, keek achter elke vuilnisbak, over elke schutting. Hieruit trok ik de conclusie dat Iris Minnies baasje was.
Ik wierp een blik op Ben. Toen ik zag dat hij uitgeplast was en alleen nog maar uitgebreid de boom besnuffelde, trok ik hem mee en slenterde verder. Ik kende de meisjes wel. Ik was ze regelmatig tegengekomen tijdens het uitlaten van Ben. Ze waren altijd samen, die twee.
Ik keek weer naar ze. Het meisje wiens naam ik niet kende was naar Iris toegelopen en had een arm om haar heengeslagen. Ze keerden om en kwamen mijn kant op. Die gingen naar huis, en dat was maar goed ook.
Ben zag ze aankomen en waggelde in hun richting. Ik groette ze.
'Mag ik hem even aaien?' vroeg de brunette.
'Natuurlijk.'
Ze wenkte haar vriendin, maar die bleef staan en sloeg haar armen om zich heen. Ik wist niet of de druppel die over haar wang rolde een traan of regenwater was.
'Wat doen jullie zo laat nog buiten?' vroeg ik, hoewel ik het antwoord al wist.
'Iris is haar poes kwijt. Ze is zwart met wit. Bent u hem tegengekomen?'
'Nee,' antwoordde ik. 'Maar ik zal erop letten, succes ermee.'
'Bedankt,' zei ze, en ze gaf Ben nog een aai over zijn kop voordat ze wegliepen. Ik liep een paar passen verder, maar besloot toen om ook om te keren, richting huis. Zo kon ik meteen even kijken of de meisjes veilig thuis kwamen. Een paar straten verder stapten ze een met onkruid overwoekerd tuinpad op. Ik vroeg me af of de tuin weerspiegelde wat voor soort mensen in het huis woonden.

De volgende dag zaten ze in de stoelen in het Burgemeester Brouwerplantsoen. Het deed me goed om te zien dat die dingen tenminste nog functioneel waren. Ik had ze nooit als kunstobject beschouwd; ze hadden net zo goed een bankje neer kunnen zetten.
Ik kwam wat dichterbij. Het bruinharige meisje tikte onophoudelijk met haar voeten op de grond. Iris, daarentegen, zat roerloos voor zich uit te staren. De brunette merkte Ben en mij op en zwaaide naar ons. Ik glimlachte en zwaaide terug.
'We hebben de poes gevonden, hoor,' zei ze toen we binnen gehoorsafstand waren. 'U hoeft niet meer voor ons te zoeken.'
'Mooi. Waar was-ie?'
'Ze is vannacht thuis gekomen. Ik ben bij Iris blijven logeren en ik vond haar vanochtend onder de bank.' Ze was duidelijk trots.
'Dat was vast een hele opluchting,' zei ik tegen Iris. Ze knikte verlegen. Haar vriendin knielde om Ben te aaien. Die twee meiden waren echt elkaars tegenpolen. Eigenlijk waren ze precies zoals de stoelen: ze waren verschillend, maar toch hoorden ze bij elkaar.'

Info Reacties Streetview