terug

Conincksbrug

Coninckstraat 97, Amersfoort

Inleiding

De BRUG over de Beek, vervaardigd van gewapend beton, vormt de verbinding tussen de Coninckstraat en de Scheltussingel. De brug werd tussen 1915 en 1917 gebouwd door de N.V. Wernink's Betonfabriek te Leiden naar ontwerp van gemeente-architect en directeur Openbare Werken C.G. Beltman in opdracht van de Gemeente Amersfoort. De brug had tot doel de oude binnenstad beter te ontsluiten. De bouw liep enige vertraging op omdat Beltman het ontwerp wijzigde. De benaming 'Balkbrug'- zo althans omschreef Beltman het tweede ontwerp - wijst op de traditionele vormen die met het relatief moderne materiaal beton werden nagestreefd. De Conincksbrug is één van de vroegste betonnen bruggen in Nederland. De vier smeedijzeren lantaarns op de betonnen hoekpijlers, geïnspireerd op het smeedijzeren hekwerk, zijn toegevoegd tijdens de restauratie in 1991 en vallen buiten de bescherming.


Omschrijving

De brug overspant de Beek, liggend in het verlengde van de Coninckstraat, en verbindt de binnenstad met de evenwijdig aan de Beek lopende Scheltussingel. De brug kan onderverdeeld worden in een rechthoekig brugdeel en twee naar het land toe breder wordende landhoofden. De overspanning, welke plaats biedt aan een zeven meter brede rijbaan met aan beide zijden een twee en een halve meter breed trottoir, wordt gedragen door een aantal getoogde betonnen balken, met haaks daarop aan weerszijden zes betonnen consoles. Deze zich verjongende consoles, met een afgeronde beëindiging, zijn zo geplaatst, dat de brug in vijf gelijke traveeën wordt onderverdeeld. Boven de consoles bevindt zich de rand van het licht gebogen betonnen wegdek, waarop bij de restauratie in 1991 in het midden het woord 'Conincksbrug' is aangebracht. De rand van het brugwegdek steekt iets door in het landhoofd en risaleert tevens ten opzichte van de iets smallere rand van de landhoofden, suggererend dat de brug gedragen wordt door de landhoofden.

Het negen traveeën brede smeedijzeren hekwerk, per traveemaat door betonnen pijlers ondersteund, vormt op de uiteinden van de landhoofden een kwart cirkel. In het smeedijzeren hekwerk en de betonnen pijlers die het hek dragen, zijn geometrische vormen verwerkt. Van de tien betonnen pijlers staan de derde en de achtste op de overgangen van de landhoofden en de brug. Deze grote massieve betonnen pijlers verjongen zich van een vierkante basis via twee kubusvormige volumes, de aanzet van een piramide en een achthoek, tot een cilinder, welke van boven is afgerond. Op...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview