terug

Transformatorhuisje

Hogeweg 205 bij trafo, Amersfoort

Inleiding

Omgeven door een gazon, staat een op enige afstand aan de zuidzijde van de Hogeweg gelegen TRANSFORMATORHUIS, waarbij de voorgevel evenwijdig aan de weg is geplaatst. De trafo werd in 1938 door de Provinciale Utrechtse Elektriciteits Maatschappij (PUEM) ontworpen op grond van richtlijnen over materiaalkeuze en massawerking van stadsarchitect ir. C.B. van der Tak, die voor de gemeente het naastgelegen pompgebouw (Hogeweg 205) ontwierp. Uit de bouwtekening blijkt dat bij het ontwerp bewust werd gestreefd naar een gevarieerde schaduwwerking van de bouwdelen. De bouwstijl van de trafo is het zakelijk expressionisme, dat zich uit in de plastische opbouw van de volumina.


Omschrijving

Het transformatorhuis is ontworpen op een nagenoeg vierkante plattegrond. In één bouwlaag, zijn drie in lengte, breedte en hoogte verschillende kubusvormige, bijna geheel vensterloze volumes gegroepeerd, waaruit de interne functies zijn af te lezen. In het hoogste volume zijn de transformatoren geplaatst, in het iets lager gedeelte is een ruimte voor de hoogspanning ondergebracht, terwijl het laagste volume voor de laagspanning bestemd is. De gevels zijn opgetrokken uit diep gevoegde gele baksteen. De volumes worden afgedekt door ver overstekende betonplaten, waarvan de laagste tevens een luifel voor de twee toegangsdeuren - één voor de hoogspanning en één voor de laagspanning - in de voor- en rechterzijgevel vormt.

In de linker zijgevel (oostzijde) is de toegang tot de hoogspanningsruimte ondergebracht, afgedekt door een betonnen lijst. Een stalen deur is aan de bovenzijde gemarkeerd door een zowel naar voren als naar links en naar rechts ver overstekende luifel. Aan de onderzijde van de deur bevindt zich een bakstenen drempel en ter rechterzijde een risalerende lage bakstenen bloembak. De ingang is tevens benadrukt door het teruggelegen middelhoge volume dat boven de luifel zichtbaar is.

In de venster- en deurloze rechter zijgevel ligt de nadruk vooral op het middelhoge volume, dat bijna de gehele wand in beslag neemt. Aan de linkerzijde is een deel van de lage luifel zichtbaar, aan de bovenzijde de top van het hoogste volume.

De achtergevel valt in twee delen uiteen: een relatief breed middelhoog muurvlak met aan de rechterzijde een licht risalerend hoger volume. De tweedeling wordt door de plaatsing van de hemelwaterafvoer benadrukt. In het midden van de gevel bevindt zich een rechthoekig vlak bestaande uit glazen bouwstenen.

De voorgevel (noord), is de m...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview