terug

Stadsring 248-250

Stadsring 248-250, Amersfoort

Inleiding

Dubbel HERENHUIS, gelegen in een rij aaneengesloten woonhuizen aan een evenwijdig aan de Stadsring gesitueerde, doodlopende en hellende weg. De panden liggen met de nok evenwijdig aan de weg, waarbij de voorgevels uitzicht bieden op een 19de-eeuws plantsoen.

Oorspronkelijk werd de landschappelijke ligging nog versterkt door de aanwezigheid van de Beek. In de jaren vijftig is de Beek bij de aanleg van de Stadsring gedempt.

Typologische en stilistische overeenkomsten met Museum Flehite maken het aannemelijk dat H. Kroes bij het ontwerp van dit dubbele herenhuis betrokken is geweest. Onderzoek wijst erop dat het gebouw in het eerste decennium van de twintigste eeuw totstandgekomen is.

Voor zowel het type gebouw, een dwarshuis met trapgevel aan de straatzijde, als de toegepaste stijl, neo-hollandse renaissance, heeft de architect de zeventiende-eeuwse voorbeelden als inspiratiebron gebruikt. Kenmerkend voor deze stijl zijn ondermeer de trapgevel, de van luiken voorziene kozijnen met glas-in-lood bovenlicht en de imitatie banden.

De achtergevel is van ondergeschikt belang, omdat deze meermalen is gewijzigd.

Omschrijving

Het dubbele herenhuis, gebouwd op een rechthoekige plattegrond, bestaat uit een kelder, twee bouwlagen en een tussen trapgevels opgesloten zadeldak. Hierin bevindt zich een aangekapt zadeldak van de trapgevel in de voorgevel. De ten opzichte van de openbare weg verhoogd gelegen begane grond is middels een voor het pand gelegen hardstenen trap te bereiken. Het dak is gedekt met rode Hollandse pannen. De daklijst steunt op klossen. Op het dak bevinden zich twee met leien belegde dakkapellen bekroond door loden pirons.

De symmetrische voorgevel bestaat uit zes traveeën, waarvan de middelste twee een middenrisaliet met hoogopgaande trapgevel vormen. De voorgevel wordt horizontaal geleed door een afwisseling van geprofileerde lijsten, bepleisterde banden en blokken. Waterlijsten bevinden zich op de begane grond, eerste verdieping en onder de twee kleine vensters in de trapgevel. Cordonlijsten zijn aangebracht ter hoogte van de bovendorpel van de vensters op de eerste verdieping en vijf cordonlijsten als geleding van de trapgevel, tevens de vijf trappen markerend. Doorlopende banden bevinden zich ter hoogte van het midden van de vensters op zowel de begane grond als de eerste verdieping, alsmede aan de bovenzijde van de vensters op de begane grond. Blokken, op hoeken en naast vensters, zijn aangebracht vlak boven de waterlijsten, ha...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview