terug

Voetgangersbrug

Herenstraat bij 3, Amersfoort

Inleiding

IJzeren VOETGANGERSBRUG over de Beek, verbindt de Herenstraat met het plantsoen. De brug werd in 1902 in opdracht van de gemeente Amersfoort door stadsarchitect W.H. Kam ontworpen. Later is een gasleiding onder de brug aangebracht. Deze gasleiding valt buiten de bescherming.

Omschrijving

In het verlengde van de Herenstraat gelegen gietijzeren voetgangersbrug, die de hier 11.25 meter brede Beek overspant. De brug staat niet geheel haaks op de Beek, waardoor de bakstenen landhoofden enigszins ten opzichte van elkaar liggen verschoven. Het landhoofd aan de plantsoenzijde is groter dan het landhoofd aan de Stadsringzijde, omdat de hellingsgraad van het talud aan de plantsoenzijde kleiner is dan die van de andere zijde. De uitbaksteen opgetrokken landhoofden risaleren ongeveer één strek ten opzichte van de ligger. De muren van de landhoofden waaieren uit naar de landzijde. Op constructief belangrijke plaatsen, zoals hoekpunten en de aanzetpunten voor het hekwerk, is natuursteen verwerkt.

De constructie van de brug bestaat uit twee ranke, geklonken ijzeren liggers, welke door dwarsverbindingen met elkaar verbonden zijn. De donkergroen geverfde liggers zijn onderverdeeld in zeven vlakken. Zij zijn aan de onderzijde sterker getoogd dan aan de bovenzijde, waardoor het formaat van het middelste vlak ongeveer één derde is van de twee buitenste vlakken. De tapse, toelopende vorm van de vlakken wordt versterkt doordat dezelfde vorm, maar dan verkleind, op de vlakken is herhaald. In het middelste vak is het jaartal 1902 aangebracht. De cilindervormige uiteinden van de liggers rusten op de in de landhoofden aangebrachte draagkussen. De constructie draagt een ijzeren, gegolfde plaat waarop een bakstenen wegdek is aangebracht.

Langs het wegdek bevindt zich aan beide zijden een gietijzeren hekwerk van tien traveeën, waarvan er twee op het landhoofd aan de plantsoenzijde, zeven op de brug en één travee op het landhoofd aan de Stadsringzijde staan. Het hekwerk wordt gedragen door elf als zuiltjes (met entasis en composiet-kapiteeltje) uitgevoerde stijlen, die met bouten op de ligger zijn bevestigd. De leuning van de brug is op de zuiltjes bevestigd met klinknagels. De uiteinden van de leuning zijn naar binnen gekromd. Tussen de zuiltjes is een zich per leuningvak herhalend geometrisch patroon aangebracht, bestaande uit een rechthoek met diagonalen, op het kruispunt van deze diagonalen versierd door een horizontale strook gietijzer en een naar boven gerichte s...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview