terug

Villa Klein Groenensteyn in Um 1800-stijl

Utrechtseweg 80, Amersfoort

Inleiding

VILLA "Klein Groenensteyn" is op korte afstand en aan de zuidzijde van de Utrechtseweg gelegen en maakt deel uit van de villabebouwing langs deze weg. Het terrein wordt begrensd door een hekwerk aan de voorzijde, waarin bij één van de bakstenen hoekpijlers de naam Klein Groenesteyn is aangebracht.

Aan de oostzijde van het pand bevindt zich een oprit.

De villa werd in 1912 in opdracht van mr. A. van Traa door de Amersfoortse architect M.J. Klijnstra ontworpen. De bouwstijl is de Um 1800-stijl, gecombineerd met vormen die in Nederland in de tweede helft van de zeventiende eeuw werden toegepast. Classicistische motieven overheersen hierbij. De vormgeving van de erkers en schoorstenen wijst op Engelse invloeden alsook de dispositie van de centrale hal in het interieur.

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog is naar ontwerp van M.J. Klijnstra een interne verbouwing uitgevoerd. Aan de voorzijde werden ruimten afgescheiden om dienst te doen als notariskantoor. Na enkele kleinere verbouwingen werden aan het begin van de jaren 1990 naar ontwerp van W. Kramer de laatste woonvertrekken verbouwd tot kantoorruimten.


Omschrijving

De hoofdmassa van villa "Klein Groenesteyn" bezit in hoofdvorm een vierkante plattegrond met daarop twee bouwlagen en een afgeplat, uitzwenkend schilddak, bedekt met bitumineuze shingles. Op elk van de vier hoeken bevindt zich een opgemetselde schoorsteen. In het midden van de oostgevel bevindt zich de hoofdingang.

Aan de westgevel van de hoofdmassa is een grote erker gebouwd met houten balustrade ter afscheiding van het bovenliggende balkon. De gevels zijn opgebouwd uit machinale baksteen met gemetselde hoekpilasters. De vensters op de verdieping zijn in het algemeen houten kruiskozijnen met glas-in-lood bovenlichten en hebben onderluiken en worden ontlast door strekken met natuurstenen aanzet- en sluitstenen. De twee erkers en serre zijn voorzien van samengestelde vensters.

De van de straat afgekeerde symmetrische oostgevel is onderverdeeld in drie traveeën, waarvan de middelste, waarin de toegangspartij is ondergebracht, licht risaleert. De paneeldeur, te bereiken middels een drietal treden, wordt geflankeerd door smalle zijlichten met roedenverdeling. Vensters en deur zijn geplaatst tussen vier pilasters op voet, die een hoofdgestel dragen, waarop zich een balusterbalkon bevindt. Op de verdieping is een vensterpartij met Serliana-motief aangebracht, met een natuurstenen sluitsteen in de rondboog. Dubbele openslaande deure...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview