terug

Herenstraat 1

Herenstraat 1, Amersfoort

Inleiding

De ZAALKERK van het complex van de congregatie van Onze Lieve Vrouw is in hoofdzaak in twee fasen totstand gekomen. In 1889-1890 werd naar ontwerp van C.L.M. Robbers een neogotische kapel gebouwd, een eenbeukig schip, bestaande uit zes traveeën met op de noordwesthoek een traptoren, met spitsvormige bekroning. Aan de zuidzijde bevond zich een relatief klein priesterkoor, geflankeerd door een opbergkamer en een sacristie. Het te kleine priesterkoor gaf in 1934-1935 aanleiding om B.J. Koldewey te vragen een breder priesterkoor te ontwerpen. Aangezien het beschikbare terrein slechts een kleine uitbreiding in de lengterichting toeliet, koos de architect voor een ontwerp waarin meer de breedte van de locatie werd benut. Bovendien maakte hij de uitbreiding hoger dan de bestaande kapel. Hij ontwierp in de bouwstijl van het traditionalisme een hoge rechthoekige ruimte, overspannen met een houten kap, met daaromheen symmetrisch gerangschikt een aantal kleinere ruimten, zoals een berging en een sacristie.


Omschrijving

De kloosterkapel is op het binnenterrein van het kloostercomplex aan de Zuidsingel gelegen. De oriëntatie is noord/west-zuid/oost. De noordoostzijde grenst aan de refter van het kloostergebouw. De symmetrische plattegrond heeft een T-vorm, waarbij de brede stam wordt gevormd door het schip uit 1890 en de kop de uitbreiding met het priesterkoor van 1935.

Het schip bezit een zadeldak, bedekt met leien. De plattegrond van het schip heeft een verhouding van zes staat tot drie. De lange zijden - oost- en westgevel- zijn onderverdeeld in zes traveeën, die aan de buitenzijde gemarkeerd worden door steunberen en aan de binnenzijde door pilasters en spitsbogen. De overgang van pilaster naar spitsboog bevindt zich precies op de helft van de hoogte van het gewelf. De ribben lopen niet door in de pilasters.

De buitenmuren zijn opgetrokken uit donkerrode baksteen. In de vijf zuidelijke traveeën bevinden zich spitsboogvensters met lancettracering, waarvan de waterlijsten zich op een kwart der totale hoogte van het gewelf bevinden. De traceringen zijn uit fel-rode baksteen vervaardigd. De overgang van muur naar dak wordt gemarkeerd door een muizentandlijst, waarboven in baksteen een spitsboogfries is aangebracht. Onder de vensters van de meest zuidelijke travee bevinden zich in beide gevels de toegangen tot de biechtstoelen, die naar ontwerp van Koldewey in 1935 als een lage uitbouw met lessenaarsdak zijn toegevoegd. De muren van de meest noordelij...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview