<

Wandelroute: Literaire wandeling

route

Deze Literaire wandeling ('Dwalen door Verhalen') is een initiatief van Bibliotheken Eemland en Scholen in de Kunst. Verhalen en gedichten van Amersfoortse schrijvers bij elf spraakmakende beeldhouwwerken. Met dank aan Karin Horst voor het aanleveren van de teksten.

1. Op schoot in Amersfoort

Op schoot in Amersfoort

Jaar: 2003
Materiaal: Brons
Locatie: Stadsring- Arnhemseweg (naast de Kei) (Binnenstad)

Met 'Op schoot in Amersfoort' roept kunstenaar Henk Visch herinneringen op aan de tijd dat wij ons op moeders schoot veilig en geborgen wisten. Het is tegelijkertijd een autonoom beeld en een stadsbank. Onderdeel project Beelden van Banken. Met dank aan Rabobank Amersfoort.

Het gedicht van Arjen van der Linden in de literaire wandeling is:

'Op schoot

Als er geen stoelen
Of banken zouden zijn
Bezaten we de grond
Bij de bessen
En de wortels
En de wandelende tak
Geeft maker Visch
Zich bloot met beeld
Op schoot

De voorhoofdman
Het brein gehelmd
Een strakke blik
Mikt op dat
Wat komen gaat
En rust op
Zijn gespierde dijen
Het liefste links erop
En er dan weer afglijen

Net naast de kei
Mag hij je lokken
Eerst de schoot
Dan de stad
Kroeg of koopgoot
Na afloop weer 'n
Keer die dijenschoot
Om ruim voldaan
Op thuis te gaan

Zijn het de armen
Beschermend gespreid
Die beeldend zeggen
Dat jij ja Jij
Stadsvader zijt'

2. Baadster en Torser (de 'Zakkendrager')

Baadster en Torser (de 'Zakkendrager')

Jaar: 1984
Materiaal: Graniet
Locatie: Varkensmarkt (Binnenstad)

Dit kunstwerk van Marius van Beek verwijst naar de geschiedenis van Amersfoort. In de eerste plaats de doorwaadbare plaats in de Eem, waar de stad ontstond. In de tweede plaats de recente geschiedenis van de stad: het laden en lossen van handelswaar dat aan- en afgevoerd werd over dezelfde rivier de Eem.

Het verhaal van Karin Horst in de literaire wandeling is:

'De draagster

Haar rode, door het schrobben opgezette, handen twijfelden heel even voor ze de brief onder de verweerde deur door schoof. Schichtig keek ze om zich heen. Geen mens te zien, alleen een paar zwaluwen die over de Eem scheerden. Ze was nog vroeger dan anders opgestaan. Niet omdat ze bang was. Nee, Geerteken liet zich niet snel bang maken. Ze wilde weten of ze een kans had en Maria was de enige die haar kon helpen. Als iemand haar hier bij haar huisje zou zien, kreeg ze vast problemen. Volgens velen was Maria een heks bij wie je uit de buurt moest blijven.
Maar Geerteken wist dat Maria in de toekomst kon kijken. De meeste van haar voorspellingen waren met een griezelige precisie uitgekomen; van voorspoedige
handel, huwelijk en geluk tot armoede, brand en dood. Eén van die minder prettige voorspellingen had Maria een aantal jaren geleden bijna op de brandstapel gebracht. Alleen bij hoge uitzondering en in het diepste geheim voorspelde ze nog wel eens. De harde waarheid was niet leuk om aan te horen. Geerteken had daarom ook lang getwijfeld of ze de brief zou schrijven. Wat als..? Voor haar geestesoog verscheen het bloed; op de vloer, in de wc, in bed. Ze kon haar ongeboren kinderen niet vasthouden. Als Maria daarin geen verandering zag, had ze besloten om weg te gaan uit Amersfoort. Haar Jan verdiende een erfgenaam. En naar goede wasvrouwen was overal vraag.

Maria hoorde het geluid bij de deur en zag de envelop over de koude bruine tegels naar binnen schuiven. Zoals altijd was ze vroeg op. Nieuwsgierig liep ze naar het raam. Het kwam niet vaak voor dat mensen dichtbij haar huisje durfden te komen. Ze schoof het gordijntje opzij en zag een jonge vrouw in een donkergrijze cape weglopen. Een paar blonde krullen kon ze nog net zien. Geerteken! Een van de weinigen die nooit bang was geweest om haar te groeten. Van jongs af aan was het meisje geïntrigeerd geweest en had ze een verwantschap gevoeld.
Maria raapte de envelop van de vloer en opende hem nieuwsgierig. Langzaam gleden haar ogen over de regels. Na lezing vouwde ze hem nauwkeurig weer op en
deed hem terug in de envelop. Haar ogen stonden vermoeid, maar ze had een besluit genomen. Deze jonge vrouw verdiende haar hulp. Ze hoopte maar dat het
geen slecht nieuws zou zijn wat ze moest brengen. Geerteken schreef weliswaar dat onzekerheid erger was dan weten, maar Maria wist dat niet iedereen goed met de zekerheid van slecht nieuws om kon gaan.

Het schemerde en het was stil bij de oude eik, waar vroeger ooit de
doorwaadbare plaats aan de Eem was geweest. 'Maria!' Geerteken had de oude vrouw met haar houten stok en donkere hoed al van verre zien aankomen. Ze liep op haar af, pakte haar geaderde hand en drukte er een kus op. 'Dankjewel dat je gekomen bent.'
Op het moment dat hun handen elkaar raakten, sloot de oude vrouw haar ogen. Ze zei niets terug. De bruine bladeren van de eikenboom ritselden in het avondbriesje en het water van de Eem klotste zachtjes tegen de kade aan. Naarmate het langer duurde, kostte het Geerteken moeite om haar hand niet terug te trekken, maar Maria's grip was stevig.
Toen de oude vrouw haar ogen tenslotte opende, leken die dwars door haar heen te kijken.
Ze sprak: 'Beeld naast beeld, tijd door steen, de Onze-Lieve-Vrouwetoren, gebouwd dankzij je achterkleindochter in een klooster. Van aarde tot beeld. Die trekken door het water, die trekken door de steen, die trekken door de tijd. Ook jij wordt draagster.'
Geerteken liet tot zich doordringen wat ze had gehoord. Achterkleindochter!
Draagster! Haar ogen vulden zich met tranen. Dat betekende dat ze hier kon blijven, in Amersfoort. Bij Jan. Als een kind zo blij omhelsde ze Maria en bedankte haar uitvoerig.

Terwijl Geerteken dansend wegliep, zuchtte Maria diep. Ze was ontzettend blij dat ze geen slecht nieuws had hoeven brengen, maar of de jonge vrouw doorhad wat haar laatste woorden betekenden, betwijfelde ze sterk. Ze hoopte maar dat ze voorzichtig zou zijn.

'Jannes, kom hier. Loop toch niet aldoor weg!' Geerteken greep haar oudste bij zijn lurven terwijl ze Anna, haar vijf maanden oude dochter, stevig vasthield op haar heup. Geertekens gezicht was rood van bezorgdheid en woede tegelijk. 'Ik zeg het tegen je vader en dan zwaait er wat vanavond.'
'Ach mevrouw, hij wil graag kijken hoe ik van deze pijpaarde mooie Mariabeeldjes maak. Wilt u er niet één kopen?'
Geerteken keek nu bewust rond en zag de werkplaats vol beeldjes. Aan de muren hingen mallen in verschillende vormen. Allemaal waren ze religieus van aard.
'Hier, kijkt u eens hoe prachtig gemaakt.' De man duwde haar een beeldje in de hand. Als door de bliksem getroffen, stond ze stil. Het leek alsof er aan haar getrokken werd. Ze sloot haar ogen. Beeld voor beeld flitste voorbij: het beeldje in het water, een drager met een zak op de rug, een drukke Eem, een baadster, een toren werd gebouwd, meer huizen, meer mensen, een beeldhouwer aan het werk, vervoermiddelen zonder paarden. Toen zag ze twee stenen. Beeld naast beeld, daar stonden ze, met de afbeelding van een drager en een baadster erop. Ze herinnerde zich Maria's woorden: 'Die trekken door de tijd'. Opeens merkte ze de groep mensen op in vreemde kleren die naar de beelden stond te kijken.
Een vrouw in een glimmend rode jas wees naar haar. Geerteken schrok en deed een stap achteruit.
'Dame, voelt u zich wel goed?' De beeldengieter en Jannes keken haar ongerust aan. Anna had ze gelukkig nog stevig vast. Ze knipperde met haar ogen. 'Ja, het
gaat wel weer. Wat kost het Mariabeeldje? Ik neem het mee.''

3. Argentum

Argentum

Jaar: 2003
Materiaal: Terrazzo en brons
Locatie: Stadsring - hoek Molenstraat (Binnenstad)

Bank met zes bronzen kussentjes, gemaakt door Nicolas Dings voor de dagen dat de krant uitkomt. Met dank aan De Amersfoortse Courant. Onderdeel project Beelden van Banken.

Het gedicht van Guido de Wijs in de literaire wandeling is:
 
'Argentum

Nee hoor
Wees gerust
We noemen je niet meteen een 'bankbintje' als je hier gaat zitten
Integendeel
Jij durft!
De kussens zijn niet van fluweel
Rugleuning en armleuningen ontbreken
 
Maar, ga lekker zitten
Ja ja, het is kunst
Inderdaad: gebruikskunst
Nuttige kunst
Daar houden door de bank genomen veel mensen van
Die houden NIET van pindakaasvloeren en kabouters met anaalpluggen
Die mensen houden van utiliteitskunst
Als het nuttig is, mag 't wel iets kosten
Maar wat is weinig, wat is veel?
Die kussens zijn niet van fluweel
(Je kunt niet alles hebben)
 
Ga maar lekker zitten op de bank!
Relax!
Kijk om je heen:
Daar stopt een cabriolet
En daar een fourwheeldrive
En dat is een oldtimer
Stoor je niet aan de stadsbussen
Of aan het carillon
Relax!
 
Pak een boek uit de boekenkast
Lees je het stadsgewoel uit
Lees je je verbeelding in
 
Je ziet duizenden papegaaiduikertjes
Zwarte zeekoeten en alken
Ja, ook gletsjers en geisers
Vulkanen en lavavelden
 
Het is een zachte winter geweest,
Daar komen tientallen hongerige ijsberen op ijsschotsen uit Groenland op de Stadsring aangedreven
Sla je boek snel dicht

Relax!
Net als in IJsland is het licht helder,

wit en schitterend


Je bent moe
Stop nu maar met lopen
Ga zitten,
Doe je ogen even dicht
 
Ja, het is kunst
Nee, de kussens zijn niet van fluweel
 
Doe je ogen open
Kom relax, kijk naar het licht
Helder, wit en schitterend'

4. Fauteuils

Fauteuils

Jaar: 2000
Materiaal: Brons
Locatie: Achter Davidshof (Binnenstad)

Cadeau aan burgemeester Brouwer bij haar afscheid van de stad. De modellen van Gijs Bakker zijn opgebouwd uit purschuim en gegoten in brons. Onderdeel project Beelden van Banken.

Het verhaal van Esmay Versteegh in de literaire wandeling is:

'Fauteuils

Het was voor hen veel te laat om nu nog buiten te zijn. Als het mijn kinderen waren geweest, had ik dat niet toegestaan. Ik hield mijn capuchon vast, om te voorkomen dat hij van mijn hoofd zou waaien. Het stormde zo hevig, dat het geluid van de regen niet meer te onderscheiden was van het ruizen van de bomen.
Ik kon ze vaag horen roepen. 'Minnie,' klonk het. Als ik die naam niet gekend had, hadden mijn hersenen hun kreten waarschijnlijk niet kunnen vervormen tot iets verstaanbaars. Maar dit hadden ze al vaker geroepen. Het was de naam van hun poes, die ze niet zelden kwijt waren.
De twee meisjes hadden zich enigszins opgesplitst om hun kansen te vergroten. Ik moest even wachten op Ben, die bij een boom zijn blaas stond te legen, en ik maakte van de gelegenheid gebruik om de meisjes eens goed te observeren. Het ene meisje had blond haar, dat er door de regen mistroostig bij hing. Ik kende haar als Iris. Het andere meisje was een brunette. Haar naam kende ik niet. Zij zocht wat minder intensief: ze keek om zich heen en riep wat. Iris, daarentegen, keek achter elke vuilnisbak, over elke schutting. Hieruit trok ik de conclusie dat Iris Minnies baasje was.
Ik wierp een blik op Ben. Toen ik zag dat hij uitgeplast was en alleen nog maar uitgebreid de boom besnuffelde, trok ik hem mee en slenterde verder. Ik kende de meisjes wel. Ik was ze regelmatig tegengekomen tijdens het uitlaten van Ben. Ze waren altijd samen, die twee.
Ik keek weer naar ze. Het meisje wiens naam ik niet kende was naar Iris toegelopen en had een arm om haar heengeslagen. Ze keerden om en kwamen mijn kant op. Die gingen naar huis, en dat was maar goed ook.
Ben zag ze aankomen en waggelde in hun richting. Ik groette ze.
'Mag ik hem even aaien?' vroeg de brunette.
'Natuurlijk.'
Ze wenkte haar vriendin, maar die bleef staan en sloeg haar armen om zich heen. Ik wist niet of de druppel die over haar wang rolde een traan of regenwater was.
'Wat doen jullie zo laat nog buiten?' vroeg ik, hoewel ik het antwoord al wist.
'Iris is haar poes kwijt. Ze is zwart met wit. Bent u hem tegengekomen?'
'Nee,' antwoordde ik. 'Maar ik zal erop letten, succes ermee.'
'Bedankt,' zei ze, en ze gaf Ben nog een aai over zijn kop voordat ze wegliepen. Ik liep een paar passen verder, maar besloot toen om ook om te keren, richting huis. Zo kon ik meteen even kijken of de meisjes veilig thuis kwamen. Een paar straten verder stapten ze een met onkruid overwoekerd tuinpad op. Ik vroeg me af of de tuin weerspiegelde wat voor soort mensen in het huis woonden.

De volgende dag zaten ze in de stoelen in het Burgemeester Brouwerplantsoen. Het deed me goed om te zien dat die dingen tenminste nog functioneel waren. Ik had ze nooit als kunstobject beschouwd; ze hadden net zo goed een bankje neer kunnen zetten.
Ik kwam wat dichterbij. Het bruinharige meisje tikte onophoudelijk met haar voeten op de grond. Iris, daarentegen, zat roerloos voor zich uit te staren. De brunette merkte Ben en mij op en zwaaide naar ons. Ik glimlachte en zwaaide terug.
'We hebben de poes gevonden, hoor,' zei ze toen we binnen gehoorsafstand waren. 'U hoeft niet meer voor ons te zoeken.'
'Mooi. Waar was-ie?'
'Ze is vannacht thuis gekomen. Ik ben bij Iris blijven logeren en ik vond haar vanochtend onder de bank.' Ze was duidelijk trots.
'Dat was vast een hele opluchting,' zei ik tegen Iris. Ze knikte verlegen. Haar vriendin knielde om Ben te aaien. Die twee meiden waren echt elkaars tegenpolen. Eigenlijk waren ze precies zoals de stoelen: ze waren verschillend, maar toch hoorden ze bij elkaar.'

5. Maak me af, maak me compleet

Maak me af, maak me compleet

Jaar: 2011
Materiaal: keramiek
Locatie: Plantsoen-West (Zocherplantsoen) ter hoogte van vijver

In juni 2010 nam Albertine van Vliet afscheid als burgemeester van Amersfoort. Zij stelde een gezamenlijk afscheidscadeau van de stad op prijs. Een cadeau dat zij op haar beurt weer heeft geschonken aan de stad. Het cadeau, een kunstwerk van Couzijn van Leeuwen, is mede mogelijk gemaakt door vele giften van bedrijven en inwoners.

De beeldbank bestaat uit twee sculpturen die ieder de onderkant van een zittende leeuw voorstellen. De banken zijn pas compleet als er iemand op gaat zitten. Zij zijn geplaatst aan weerszijden van de trap bij de vijver in Plantsoen-West. De komst van de banken vormt daarmee de kroon op de nieuwe inrichting van dit bijzondere gebied, naar een ontwerp van landschapsarchitect Ank Bleeker.

De bank maakt deel uit van het project Beelden van banken, waarvoor tien kunstenaars en vormgevers op verzoek van de gemeente een ontwerp van een stadsbank hebben gemaakt. Andere uitgevoerde banken zijn o.a. de fauteuils van Gijs Bakker, Op schoot in Amersfoort van Henk Visch en Argentum van Nicolaas Dings.

Het gedicht van Jaap Lemereis in de literaire wandeling is:

'Een nieuwe mythe

twee leeuwen die het wapen steunden
van een stad vol gebouwen beladen met eeuwen
bewoog het verlangen met mensen te delen
gevechten en liefdes, vreugden en lijden

en zij verscheurden met schroom het verleden
waarmee zij tegen het stadsschild leunden 
en stapten de stroom van de tijd in

zij zagen gespannen vanachter hun manen  
hoe de mensen goed en kwaad vermengden
als zij leefden en streden, de historie te keer ging
en hen bijna verzengde

hoe de rivier en de wolken stilzwijgend keken
wat de mensen daar deden op hun gevaarlijk smal pad:
welke legering ontstaat op die queeste?
met welke krachten doen zij dat?
worden zij engelen of beesten? 

bij de poort van de stad bij het water
waar de leeuwen hun lijven
op harthoogte doorsneden
werden zij later een zetel voor mensen
opdat die hen ooit zouden kunnen bevrijden

sfinxen die het antwoord weten

waarop heel de schepping wacht
waarom dit offer is gebracht

zo zagen zij
van muilen en manen ontdaan  

zo zien wij
als wij hier uit hen ontstaan'

6. Kroonluchter

Kroonluchter

Jaar: 2010
Materiaal: Brons
Locatie: onder de spoorbrug Smallebrug, verbinding tussen Kleine Spui en Kleine Koppel

Kunstwerk i.h.k.v. het door Giny Vos opgestelde kunstenplan 'Scaleshapes' voor het Eemkwartier. Kunstenaar Kathrin Schlegel heeft gekozen voor een locatie onder de spoorbrug, waar niet alleen het water De Eem, maar ook een voet- en fietspad onder door gaat. Deze locatie is de overgang tussen de 'oude' stad (binnenstad) en de 'nieuwe' stad (Eemkwartier). Met het klassieke thema van Narcissus is gebruik gemaakt van een scala aan kunsthistorische verwijzingen en citaten. Een Venetiaanse pronkkroonluchter naar 18e eeuws model vervaardigd. In afwijking van de traditie, waarin dergelijke kroonluchters vaak rozen dragen, draagt deze kroonluchter narcissen die, nèt over het hoogtepunt van hun bloei, op zichzelf verliefd in het water gluren. De kroonluchter, ontdaan van zijn functie, is een ode aan de vergankelijkheid, aan het ambacht en aan de ijdelheid van de kunst. De verfijning en glans vormen een bewust contrast met de ruwheid van het betonnen viaduct.

Het verhaal van Adriënne Nijssen in de literaire wandeling is:

'De verdwenen lichtjes
 
Er was eens een man die een wereldrestaurant wilde. Hij vond zijn sprookjeskasteel nabij de historische stadspoort van Amersfoort en noemde zijn restaurant Dara; een woord met vele betekenissen. In het Turks 'iedereen', in het Perzisch 'rijk. Maar hij koos de naam vooral vanwege de Indonesische betekenis, 'jonge vrouw' of 'maagd'. Hij had namelijk een jonger zusje dat onuitsprekelijk mooi was. Hij hield zoveel van haar dat hij bang was haar kwijt te raken. Daarom wilde hij dat geen mens haar zag en niemand haar kende. Hij hield haar opgesloten in de kelders van zijn restaurant.
 
Dag en nacht hoorde Kartika in de kelder de echo van ijzeren wielen in het water. Ze deden haar verlangen naar buiten. Ze begon zich te vervelen in die donkere kelder, ze wilde niet langer stilzitten. Toen haar broer de eerstvolgende keer de resten van een overvloedige maaltijd op kwam halen hield ze dan ook stiekem de lepel achter. Daarmee begon ze een gang te graven in de richting van het geluid.
Toen zij maanden later op een avond laat eindelijk de koele buitenlucht voelde, zag zij niets anders dan een kroonluchter die aan wat planken boven het water hing.
Omdat ze verder niemand zag, sprak ze zachtjes tot de luchter:
'Gouden luchter, ach, zeg me toch,
Slaapt mijn broer of waakt hij nog?'
En de luchter antwoordde:
'Mooi meisje, kom maar naar buiten,
hij slaapt nog niet maar telt zijn duiten.'
Kartika kon bijna geen hand voor ogen zien. Omdat de luchter begreep dat zij haar omgeving wilde verkennen, gaf hij haar een van zijn lampjes mee. Hij had er immers meer dan genoeg.
Kartika kon haar geluk niet op. Blij holde ze langs de kade, voelde de wind langs haar wangen en door haar haren. Tot plotsklaps haar lampje uitging en zij in het donker de weg naar de kelder terug moest vinden. Ofschoon ze niet wist of ze wel van haar broer hield, kwam weglopen niet in haar op.
Voor ze naar binnen ging, bedankte ze de luchter en vroeg hem of ze nog eens terug mocht komen. Hij knikte en zijn lampjes die met hem meedeinden, wierpen een vrolijk schijnsel over het water.
Al de volgende avond stond Kartika weer aan het water en riep zachtjes:
'Gouden luchter, ach, zeg me toch,
Slaapt mijn broer of waakt hij nog?'
En de luchter antwoordde:
'Mooi meisje, kom maar naar buiten,
hij slaapt nog niet maar drinkt met zijn kornuiten.'
Ook dit keer kreeg Kartika een lampje mee. Snel liep ze langs de kade om haar verkenningstocht van de avond ervoor af te maken. Ze kwam echter niet ver. Op een zwarte bank die leek op een larf, zat een jongen die haar staande hield.
'Mooi meisje, wie ben je, met jouw lieve lach?
Hoe komt het dat ik je niet eerder zag?"
Kartika ging naast de jongen zitten, het paste maar net. Ze antwoordde:
'Ach lieve jongen, wees toch stil en content,
en geniet de vreugde van dit moment!'
Ze sloegen hun armen om elkaar heen en genoten van elkaars warmte en aanwezigheid. Woorden waren overbodig. Plots sprong Kartika op. Haar lampje was uitgegaan, ze moest nodig terug. Ze wierp de jongen op de bank een kushand toe en verdween. Het ging zo snel dat hij verdwaasd achterbleef. Hij nam zich voor de volgende avond weer op het mooie meisje te wachten.

Hij werd niet teleurgesteld. Ze kwam, ook ditmaal met een lampje in haar hand. Voor het lampje dooft, wil ik haar naam weten, zo nam hij zich voor. Maar zelfs na dertig nachtelijke ontmoetingen wist hij nog steeds niet wie ze was.
En zij? Ze had nooit naar zijn naam gevraagd. Overdag doolde hij door de stad, nooit zag hij haar. Hij begon zich zorgen te maken.
En hij was niet de enige, ook de kroonluchter voelde wat paniek ontstaan. Eenendertig avonden lang had het mooie meisje hem dezelfde vraag gesteld, en evenzoveel avonden had hij geantwoord dat ze veilig naar buiten kon komen. Haar broer sliep nooit, maar hij gaf elke avond een antwoord dat haar gerust stelde. Tot nu toe was dat goed gegaan. Maar zo langzamerhand had hij de helft van zijn lampjes aan het mooie meisje gegeven, om de simpele reden dat hij haar niets weigeren kon. Hij begon zich af te vragen hoe het verder moest.
Ook de volgende weken lukte het hem niet om het mooie meisje te zeggen dat haar broer wakker was, waardoor ze terug zou gaan en hij de schamele rest van zijn lampjes kon sparen.

Al snel kwam de dag dat hij nog maar één lampje over had. Toen het mooie meisje die avond haar bekende vraag stelde antwoordde hij dan ook:
'Mooi meisje, blijf maar liever binnen,
hij ontdekte uw geheim en is buiten zinnen.'
Maar zij smeekte hem:
'Gouden luchter, ach, geef me toch,
snel één lampje, dan haal ik het nog.'
De kroonluchter, ach wat had hij het moeilijk. Hij kon eenvoudigweg geen nee tegen haar zeggen en gaf haar zijn laatste lampje. Terwijl hij wist dat hij voortaan zo goed als nutteloos onder de brug zou hangen. Slechts het water kon hem helpen door zijn lege kandelaars te weerkaatsen en alsnog te laten schitteren.

Kartika rende naar de bank en trof daar de jongen aan wie ze haar hart had verloren.
'Kom lieve jongen, neem me nog vanavond met je mee,
waarheen maakt niet uit, maar het liefst dichtbij zee!'

En zo geschiedde. Na deze nacht kwam Kartika nooit meer terug. Vergeefs wachtte de luchter nacht na nacht op haar, ze was verdwenen. En met haar, ook zijn aanzien in de stad. Want wat is een luchter zonder lampjes? Mensen praatten en kranten schreven denigrerend over hem.
En niet alleen hem verging het slecht. Ook haar broer en ons! We bleven allemaal met lege handen achter.
Er wordt gefluisterd dat er sinds die dag in Zeeuws Vlaanderen een jong echtpaar is neergestreken in Nummer Een, een gehuchtje aan de kust.
Een klein boerderijtje, wat schapen, en elke dag het eindeloze gezang van de zee. Als je goed kijkt heeft zij wel wat weg van Kartika. Helemaal zeker zullen we het nooit weten. Want bij navraag bleek ze Liesje te heten.'

7. De oude Eemloopbrug

De oude Eemloopbrug

Jaar: 2008
Materiaal: Staal
Locatie: Plantsoen Noord bij Schimmelpennick-kade en de Koppelpoort (Binnenstad)

Archeologen hebben tijdens de herinrichting van het Zocherplantsoen de oorspronkelijke bedding van de rivier de Eem aangetroffen. Kunstenaar Couzijn van Leeuwen heeft een brug gemaakt, met allerlei elementen die naar water verwijzen. Zo wordt op een symbolische manier de aandacht gevestigd op de historie van deze plek.

Het gedicht van Wichard Maassen in de literaire wandeling is:

'Voor alle artibeten

De loop van het proces

Deze verstrengeling van buizen
staaft ijzeren heinig het gelijk van Halbe
- what's in a name - Zijlstra

kunst moet zichzelf maar bedruipen

'de oude Eemloop' noemde Couzijn
- een naam als een douchegordijn - van Leeuwen
zijn schepping, creatie of wat dan ook

het heeft wel zeven kranen,
een wasbakje en ja,
zelfs een douchekop zit eraan

kortom, alleen maar goed als hangbrug

intussen staan wij hier ons
te vergapen, te verbazen, te irriteren
te verwonderen en te bedenken

of dit dat is wat het lijkt

we gaan vrolijk verder met
zuchten, wegen, verwerpen,
juichen en beamen
 
dat dit niet is wat het zou moeten zijn

dan lopen we door, keren om
om te denken, voelen, ondergaan
we klimmen er misschien wel op ? ja dat mag!
 
toch is dit nooit wat het ooit is geweest

maar wat zou het ook?
de loop van dit proces,
grillig als die van de Eem,

dát, Halbe Zool, noemen wij nou KUNST'

8. Pelgrimsteken

Pelgrimsteken

Jaar: 1970
Materiaal: Zandsteen
Locatie: St. Annastraat - Buitenkant Stadsmuur (Binnenstad)

Dit pelgrimsteken, gemaakt door A. van Veenhuizen-Pool, verwijst naar het Maria Mirakel dat Amersfoort in 1444 tot beroemd pelgrimsoord maakte. Het Mariabeeldje dat in dit verhaal centraal staat heeft allerlei wonderen verricht, wat pelgrims naar Amersfoort trok. De bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekerk is aan dit beeldje te danken. In 1787 ontplofte de kerk, de toren is tot op de dag van vandaag boegbeeld van Amersfoort.

Het gedicht van Mia Wittop Koning in de literaire wandeling is:

'TEKEN

Kijk Grietje, met een Mariabeeldje
door haar uit het water opgevist
ze kreeg wel drie keer een visioen
zeg maar een ouderwets soort mailtje
voordat zij de juiste ligplaats wist

en duidelijk had wat ze moest doen
het beeldje was van pijpen-aarde
door 'n non in spé ooit weggegooid
omdat ze zich er voor geneerde
het was armoedig en zonder waarde
zij kon niet weten dat men het ooit
als een mirakelbeeld zou eren

snel bleken de bijzondere krachten
genezingen werden verricht
wie stom was sprak ineens voor tien
de kreupele was weer bij machte
zich zelfstandig op te richten
een stekeblinde ging weer zien

menig vrouw wou zwanger worden
Maria weet goed hoe dat gaat
het kwam mensen overal ter ore
pelgrims kwamen toen in horden
zochten hier steun en toeverlaat
zo maakte het beeldje echt furore

soms liepen pelgrims vele weken
op voorlopers van Birkenstock
de tocht volbracht dan kocht men hier
het kleine tinnen pelgrimsteken
voor op de jas of pelgrimsstok
als een trots devotiesouvenir

het Mariabeeldje is na jaren
verpulverd in een schrijn gedaan
maar veel wonderen duren voort
tracht niet ze al googlend te verklaren
tref je er een, geef dan een knipoog aan
het pelgrimsteken van Amersfoort'

9. De Stier

De Stier

Jaar: 2011
Materiaal: onbehandeld staal
Locatie: rotonde Scheltussingel/Flierbeeksingel

De stier is verdwaald en heeft nog een plekje gras gevonden, een subtiel commentaar op de verstedelijking. Hij kijkt verbaasd om zich heen naar de verandering van zijn leefomgeving. Nog niet zo lang geleden waren hier weilanden en was de Kamp de plek waar het vee de stad ingedreven werd, om hier op de Varkensmarkt, de Koestraat, en de Beestenmarkt verhandeld te worden. De stier staat daar met zijn kop naar de entree van de binnenstad en lijkt even uit te rusten voor hij de Kamp oploopt.

De stalen stier van kunstenaar Thijs Trompert is de grote broer van de houten stier die in 2007 op de rotonde was geplaatst en helaas voortijdig moest worden weggehaald door vandalisme. De stier is mede mogelijk gemaakt gemeente Amersfoort, hoofdsponsors Sharecompany en Portaal Eemland, Buurtbudget (binnenstad, kruiskamp en stedelijk), De Amersfoortse Verzekeringen, Architectuur Aad Trompert, Optiek Verkerk, Zeep architecten en vele anderen.

In 2011 is de stier door een groot aantal stierentrekkers naar zijn plek getrokken en daar onder grote publieke belangstelling door de kunstenaar vastgelast op zijn plek.

De gedichten van Jeroen de Valk in de literaire wandeling zijn:

'LOFZANG OP DE STIER IN TWEE SONNETTEN

Stier-sonnet, deel 1

Met opgeheven kop, zo trots en fier
Is hij weer teruggekeerd naar deez' rotonde,
Waar wij ooit slechts verbrande resten vonden, 
Nu sterker, groter, mooier: onze Stier.

'Een puinhoop, dat is alles wat er rest',
Dacht menigeen hoofdschuddend, menigmaal.   
Nu zegt de stier, van onverwoestbaar staal: 
'Zo, jij wilt mij vernielen? Be my guest!'

Een enkeling klaagt: 'Duur en elitair!',
Negeert de vele onbetaalde krachten;
Al die vrijwilligers en die stagiair.

De Stier, dat zie je werk'lijk al van ver,
Is hoog verheven boven deze klachten:
Zo autonoom, onthecht en solitair.

Stier-sonnet, deel 2

Vandalen hebben hem verkracht, verbrand
De ballen afgenomen, in de nacht
Ze grepen zomaar in de wijk de macht
Maar toen kwamen er brieven in de krant

En knuffels, foto's hier op de deze plek
En daarna nog als pièce de résistance:
Een authentieke, grimmige rouwkrans. 
Het volk verhief haar stem tegen die gek.

De Stier verrees als 'n feniks uit de as
En werd een statement tegen de vandalen.
Met dank aan Trompert, Kruijt en menig fonds.

Heel Amersfoort vergat al snel wat was
En riep sindsdien al vele, vele malen:
'De Stier? Die was en is en blijft van ons!''

10. De loper

De loper

Jaar: 1983
Materiaal: staal
Locatie: Kamp - hoek St. Annestraat (Binnenstad)

De werken van Peter Rolf die in de openbare ruimte van Amersfoort geplaatst zijn (zie ook de Veter) kenmerken zich door de abstractie. Tegelijkertijd geeft de titel aan waar de toeschouwer zijn fantasie de vrije loop over kan laten.

Het gedicht van Jolanda Oudijk in de literaire wandeling is:

'De Loper

hier ben ik,
het schaakstuk
dat in diagonalen droomt
de reus
die wijdbeens de wacht houdt
de naaldhak
zonder vrouwenvoet
het pincet
dat geen klinker pakt
de wigwam
zonder doek 

hier ben ik,
het meisje
leunend tegen een zilverberk
de jongen
die met een hengel wacht
de passer
die nooit een cirkel maakt
de piraat
met een houten poot
de torero
die een stier uitdaagt

hier ben ik,
de man
met de zeis
de meeuwensnavel
die in de wolken prikt
de olifant
die uit een regenplas drinkt
de schuilplaats
voor een blinde ziel
de engel
in een verstilde vlucht'

11. Stadstrompetter

Stadstrompetter

Jaar: 1968
Materiaal: Brons
Locatie: Langestraat t.o. Nr. 143 (Binnenstad)

De stadstrompetter (of stadsomroeper) was in de Middeleeuwen een belangrijke persoon: hij hield de inwoners van de stad op de hoogte van het laatste nieuws, regels en wetten. Kunstenaar Paul Kingma heeft de Amersfoortse stadstrompetter afgebeeld met het woord 'Amersfoort'. De kruizen op de schouderkappen verwijzen naar het wapen van de stad.

Het gedicht van André Heijnekamp in de literaire wandeling is:

'De stadstrompetter

Ik was de kermis en de dood
een uithangbord en het pamflet
ik wierp het nieuws in ieders schoot
de bladenman met een trompet.

Ik was de twitter en de chat
ik was het voorlichtingsloket
ik was en ben opzij gezet
door krant, radio, internet.

Nu heeft het publiek iets gehoord
al voor het nieuws mij heeft bereikt
ik sta hier dan ook zonder taal.

Toch zwijg ik niet want als u kijkt
verbeeld ik u mijn Amersfoort
een lang en eeuwen oud verhaal.'

Open deze route binnen Amersfoort op de Kaart

Kaartgegevens ©2017 Google